Sommige kinderen worden geboren met schisis, wat zowel een spleet in de lip, verhemelte en/of kaak met zich meebrengt. Dergelijke spleetvorming kan spraakmoeilijkheden veroorzaken. Via een fonologische aanpak wordt het kind bewust gemaakt van de mogelijkheden van haar/zijn mond. Het doel is om deze bewustwording te integreren naar het spontaan spreken, waardoor de spraakverstaanbaarheid verbetert.
Wat is Schisis?
Het gebeurt dat kinderen geboren worden met een “niet goed samengekomen” lip-, kaak-, en/of verhemelte. Het medische verzamelwoord voor deze afwijkingen is het Oudgriekse woord “schisis”. Het betekent “scheiding” of “spleet”.
Schisis kan aan de linker of de rechter helft van het gelaat, maar kan ook aan beide zijden voorkomen. De minst uitgesproken vorm van schisis betreft alleen de bovenlip, maar de spleet kan ook doorlopen in de tandenboog en in het verhemelte. De spleet kan ook alleen in het verhemelte voorkomen. Dan is de bovenlip normaal, maar kan de onderkaak wel wat korter zijn dan gewoonlijk.
Deze kinderen leren zichzelf spreken met de mogelijkheden die ze hebben, waardoor bepaalde klanken vervormd kunnen uitgesproken worden. Nadat de meeste operaties achter de rug zijn, kan logopedische begeleiding nodig zijn om op de spraak te werken.

“Kinderen met schisis leren hun mond op nieuwe manieren gebruiken, waardoor spraak duidelijker en vloeiender wordt.”
Hoe gaan we te werk?
Testen
Via een verkennend gesprek en een test, kan er bepaald worden welke klanken behandeld moeten worden.
Behandeling
Hierbij proberen we het meeste via een fonologische aanpak te behandelen, zodat we hen onbewust aanleren hoe hun mond op een andere manier te gebruiken. Elke klank welke fonologisch aangeleerd kan worden, zal leiden tot een vlottere overgang naar spontane spraak.
Tijdens de therapie betrekken we graag de ouders, zodat er een vlotte overgang kan gebeuren naar de situaties buiten het logopedielokaal.











